Tagarchief: illustratie

Onder het mes

ziekenhuis
illustratie: Graham Erwin

Woensdag worden mijn amandelen geknipt. Ik dacht dat ik een nachtje op de kinderafdeling zou liggen en ik na het eten van een ijsje weer naar huis mocht, maar volgens  de medici moet ik er niet te licht over denken. “Reken op twee weken herstel.” Toen ik ging googelen op ‘volwassenen’ en ‘amandelen’ sloeg de schrik me om het hart.  Ik las horrorverhalen over wekenlang appelmoes slurpen door een rietje, kotsen met een snee in je keel, nabloedingen en narcotische duizelingen. De patiënteninformatiefolder was ook niet erg geruststellend. ‘Maar twee dingen zijn noodzakelijk: Uw paspoort en uw donorcodicil.’
Gelukkig belde van de week een moederlijk type voor de telefonische intake. Ze vroeg of ik medicijnen slikte, drugs gebruikte, of ik mijn sloffen en kamerjas wilde meenemen en zei dat ik vanaf zes uur ’s ochtends niets mocht eten. ‘En wilt u blanco komen, dus zonder crèmes of make up op het gezicht? Ook graag geen nagellak op de tenen.’
Prima, wat jij wil.
Maar toen werden haar vragen verontrustender. Of ik een mantelzorger thuis had. Of ik een vast telefoonnummer wilde opgeven in geval dat het mobiele netwerk uitviel.  Toen ik zei dat geliefde die telefoon nooit opnam, zei ze:  “Wel op zo’n spannende dag.”  Ze vroeg of ik op platte schoenen wilde komen in verband met mijn instabiliteit na de operatie. Ook was het verstandig om zo min mogelijk trap te lopen vanwege druk op de keel. En o ja, ik kon ook beter geen rode waterijsjes in huis halen. Toen ik verbaasd vroeg waarom, zei ze: “Als u overgeeft ziet dat eruit als bloed.”

Dat ik er niet naar uitkijk, is zacht uitgedrukt.

 

Dode vis

vis“De vissen doen gek,”  zei mijn zoontje.  We drukten onze neuzen tegen het aquarium en observeerden sluierstaarten Blub en Gup. Ze maakten inderdaad een ongelukkige indruk. Nu had ik nog nooit gehoord van depressieve goudvissen, dus er was vast iets anders mis. Ik maakte met mijn telefoon een filmpje van ze en liet dat zien aan de medewerkster van de dierenspeciaalzaak. “Dat is witte stip,” zei ze streng. “Hebben de vissen de laatste tijd veel last van stress?”
Daar moest ik even over nadenken.  Ze hoefden geen deadlines te halen, een kerstkalkoen van vier kilo te braden en iets feestelijks vegetarisch te verzinnen, belasting te betalen, boek te schrijven of een vastgelopen computer weer aan de praat te krijgen. Ook hadden ze geen problemen met de kapotte vaatwasser. “Ik denk dat het wel meevalt,” zei ik. “Ze maken niet zoveel mee.”
“Dan is het oedeem,”  stelde Kim, en ze gaf een medicijn. Iedere dag druppelde ik dat in de bak van Gup en Blub maar hun toestand werd er niet beter op. Hun huid leek zelfs los te laten. Toen ik na drie dagen de luchtpomp weer mocht aansluiten, waren ze niet meer opgewassen tegen de stroom.  Plat op de bodem lagen ze naar adem te snakken. Gisteravond kwam Gup bovendrijven en vanochtend heeft geliefde  Blub uit zijn lijden verlost. En nu kijken we tegen een leeg aquarium aan. Maar liever een lege bak dan een zieke vis, want deprimerend was het, om Blub en Gup te zien wegkwijnen.

Apocalyptische mieren

Julia Sarda

Ik houd van een goede rampenfilm: de aarde die splijt waardoor een hele woonwijk verdwijnt, een koe die door een twister de lucht in vliegt, een vloedgolf zo gigantisch dat alleen de Himalaya gespaard blijft. Daarom verheugde ik me ook op de tentoonstelling van Dries Verhoeven in het Stedelijk Museum van Den Bosch waar zou hij laten zien hoe mierenvolken zich redden in apocalyptische situaties. Doel van de tentoonstelling volgens de museumfolder: ‘De bezoeker wordt uitgedaagd om het leed van onze tijd, en zijn eigen rol daarin, van een afstand te overzien.’ Dat vond ik bijzonder want zien we bijna alle rampen niet van een enorme afstand? (En gelukkig maar?) Maar goed, niet zeuren, maar mieren kijken.

Ik liep de trap op en kwam terecht in een inktzwarte ruimte. Toen mijn ogen een beetje aan het donker waren gewend, ontdekte ik een stuk of zeventig glazen bakken. Daarin zaten wittige blokjes waarop zwarte vlekjes krioelden. Als ik mijn ogen maximaal open sperde kon ik net lezen wat er op het begeleidende kaartje stond: de instorting van de Twin Towers, de kernramp bij Tsjernobyl, Beurskrach, of massaslachting van Hutu en Tutsi’s. Tenminste dat denk ik, want ik heb niet alle kaartjes gelezen. Een bezoeker (misschien wel de kunstenaar zelf, ik was per ongeluk op de opening terechtgekomen) vertelde me dat mieren niet van licht houden. Een minuutje kunnen ze wel verdragen, maar daarna moeten ze het duister weer in. Pas toen viel me op dat steeds boven een ander aquarium een lamp kort aan floepte waardoor de mieren in hun rampsituatie goed te bezichtigen waren.
En dit zag ik:

foto 3 (8)

In die andere 69 bakken was ongeveer hetzelfde te zien: mieren krioelend op witte gebouwtjes, begeleid door een gruwelijk onderschrift. Ik hoop dat anderen zich hierdoor uitgedaagd voelden, ik kreeg vooral zin in een drankje op een terras.

 

Waarom zwemles zo vreselijk is

illustratie: Dawn Phillips
illustratie: Dawn Phillips

Een paar jaar geleden keek ik met vochtige ogen toe hoe mijn dochter haar A-diploma haalde. Naast ontroerd was ik ook angstig, want kon ze wel echt zwemmen? Als een reiger zat ik aan de rand om haar in een noodgeval uit het water te trekken. Zodra ze haar papiertje in ontvangst had genomen, was het groot feest: met opa’s en oma’s, pizza en cadeautjes. En de stille hoop dat mijn zoon ook snel zou afzwemmen waardoor ik nooit nooit nooit meer naar zwemles hoefde.

Zwemles is een van de ergste verplichtingen voor ouders. In een smoorhete en te kleine ruimte zit je dij aan dij met andere ouders toe te kijken hoe je kind net niet verzuipt. Dat benauwde contact zien veel ouders als een aanleiding tot conversatie, zelfs als je een heel dik boek bij je hebt. De lessen zijn ook standaard op een getikt tijdstip: bijvoorbeeld zondagmorgen om half negen, of tussen half zes en half zeven ’s avonds wanneer normale mensen met een borrel in hun hand in een pan staan te roeren.

Toen ze allebei een A-diploma hadden, kregen mijn kinderen de smaak te pakken. Tot mijn schrik wilden ze door! Inmiddels hebben ze allebei hun A, B en C-diploma en straks gaat mijn dochter afzwemmen voor Zwemvaardigheid 1. Opa’s en oma’s nodigen we allang niet meer uit, ik serveer geen pizza en cadeaus krijgt ze ook niet. Maar ik heb wel een bosje rozen voor haar klaarstaan. Een bonusaanbieding van Albert Heijn.

We hebben een spreekbeurt

biebjuf
illustratie: Brigette Barrager

Mijn zoontje kondigde aan: “Over acht dagen hebben Jules en ik een spreekbeurt over dyslexie.”
Geliefde keek mij aan en hij zei: “Ik heb er echt geen tijd voor.”
Dus ging ik een dag later met de mannen naar de bibliotheek. Eigenlijk wilde ik uitleggen hoe je daar een boek zoekt, maar sinds de reorganisatie kan ik er zelf niets meer vinden. Boeken zijn niet langer gerangschikt op auteur, maar op thema: denk aan het literatuurpleintje, de romantiekhoek of de thrillerkasten. Het zijn zwarte gaten waarin boeken spoorloos verdwijnen. Stiekem verdenk ik bibliothecaressen ervan dat ze dit expres hebben gedaan om hun banen veilig te stellen.

Mijn zoontje kon uitstekend met het nieuwe systeem overweg: hij stapte op een lieve biebmevrouw af en vroeg waar hij de boeken over dyslexie kon vinden. Daarop liepen we achter haar aan naar de kast met als opschrift ‘avontuur’. (Begrijp jij het?) Met vier boeken keerden we huiswaarts. De mannen gingen wat Youtube-flimpjes over dyslexie kijken, terwijl ik de boeken las en er een leuk verhaal over schreef. Met interviewvragen die Jules kan stellen aan mijn zoontje, die dyslexie heeft.

Ik liet het plan aan geliefde zien, en hij vroeg zich af of ik er geen powerpointpresentatie van moest maken. En ik herinnerde me weer de spreekbeurt die hij vorig jaar voor onze dochter had voorbereid. Ook toen had hij weinig tijd, maar vormgevers B. en M., met wie hij veel werkt, wilden zich er wel even op storten. Het gevolg was de meest flashy presentatie ooit, met oppoppende beelden, bewegende schermen en geluidseffecten.
Geliefde was op de dag van de spreekbeurt minstens zo gespannen als onze dochter. Toen ze thuiskwam, vroeg hij meteen: “En wat hadden we?” Het was een vette tien.
Ik hoop dat wij het er met onze dyslexiespreekbeurt net zo goed van afbrengen.