Op de thee bij Lucebert

IMG_3926

Mijn dochter ging deze week naar een Bergense school om deel te nemen aan de proeflessen voor aankomende brugpiepers. Toen ik haar zag lopen tussen al die middelbare scholieren, die allang geen kinderen meer waren, voelde ik me precies zoals toen ik haar voor het eerst afzette in de kleutergroep. Dit was een kleine stap voor haar, maar een gigantische stap van mij vandaan.  En ik voelde tranen prikken. “Faal!” zou mijn dochter onmiddellijk roepen.  Dus de neus gesnoten, de sentimentele gevoelens verdrongen en op de fiets gestapt naar het Kranenburgh Museum  waar een tentoonstelling van Lucebert is. Nu heb ik eigenlijk niet zoveel met Lucebert, maar ik wilde niet twee uur gaan winkelen. Bovendien had ik ergens gelezen dat ik koffie kon drinken in zijn nagebouwde atelier.
Dat laatste was niet helemaal waar, maar je kunt er wel fijn in zijn boeken neuzen, overal klinkt lekkere jazzmuziek, en er hangen natuurlijk veel schilderijen en uitvergrote gedichten. (Wat zouden de anti-zwarte pieten vinden van zijn Norse Neger-gedicht?) Ik las ook wonderlijke uitspraken als: ‘Wat de kunstenaar kotst is kunst.’ Daar denk ik anders over.
Vervolgens ging ik thee drinken in het restaurant met uitzicht op de mooie tuin. Iedereen die dit ook van plan is, wil ik graag de volgende tip meegeven: Niet wachten tot de dame van de bediening aan je tafel verschijnt. Zij kan namelijk maar een tafel tegelijk aan. De gasten aan de overige 13 tafels moeten wachten tot ze bij die ene tafel de bestelling heeft opgenomen, de thee heeft ingeschonken, de taart op de bordjes geschept,  het bestelde heeft uitgeserveerd en afgerekend.  Zelf naar de bar lopen gaat sneller. En reken meteen af!

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

 

 

Herschrijven en weer herschrijven

Richard Curtner

Jaloers ben ik op schrijvers die trefzeker hun verhaal op papier knallen. Of die werken met zo’n perfect schema waardoor het boek neerpennen niet meer is dan een stilistische invuloefening. Dat gaat bij mij niet zo.
Van tevoren weet ik ongeveer waar het verhaal naartoe gaat en wie erin voorkomen, maar het is een schets. Zodra ik begin te tikken, wil het verhaal meer naar links of juist naar rechts, en de personages gedragen zich ook een tikkie anders dan verwacht. Soms zit ik zelfs met lichte paniek achter mijn computer. Waar gaat het naartoe? Het komt toch wel goed?
Tijdens het schrijven stuit ik ook voortdurend op niet voorziene problemen.  Bijvoorbeeld:  wat is een veel voorkomende Franse achternaam waarbij de lezer niet onmiddellijk allerlei associaties heeft? Droegen ze in de zeventiende eeuw pruiken? Bloeien er klaprozen in augustus? Hoe groot is een zwembad? Zonder google zou ik reddeloos verloren zijn.
Maar niet alles kun je op internet vinden. Vannacht lag ik te piekeren over de handelswijze van een Franse officier van Justitie, en toen besefte ik dat ik het plot echt anders moet aanpakken. Hoofdstuk 7, waar ik zo tevreden over was, ga ik schrappen. Dat leidt weer tot aanpassingen in de overige hoofdstukken omdat alles met alles samenhangt. De boel gaat dus flink overhoop.
Om de moed er in te houden denk ik dan aan Renate Dorrestein. In haar boek Het Geheim Van De Schrijver vertelt ze dat ze soms wel acht versies van een boek schrijft. Herschrijven is een onderdeel van het proces.  En opgewekt blijven, daar draait  het ook om.

De binnenkomer

IMG_3899

Een week of drie geleden kondigde mijn dochter aan dat ze vegetariër was geworden. Ze had op school een gruwelfilmpje gezien over hoe koeien werden geslacht. En wist ik wel hoe weinig ruimte een scharrelkip had en dat varkens alleen in de buitenlucht komen als ze naar de slachterij worden vervoerd?
Dat wist ik wel,  en dan hadden we het nog niet eens over vogelgriep, antibiotica,  de globale voedselverdeling, ontbossing en  de broeikasgassen. Een paar jaar geleden lobbyde ik al voor het vegetarisme, maar ik stuitte op veel weerstand. Bij alles wat ik serveerde, zeiden gezinsleden. “Best oké, maar met een spekje erin zou het lekkerder maken.” Ook ik kan niet zonder applaus en daarom  liet ik het hard core vegetarisme los en aten wij af en toe een vleesje.
Maar nu dus niks meer.  Dat leverde veel nieuwe probeersels op, met hoogtepunten zoals cannelloni gevuld met pest en flageoletbonen, overgoten met een tomatensaus. En dieptepunten: een wortelgembersoep die naar kots smaakte, een Indiase groentecurry die uitgebraakt leek, een nattige naar zand smakende spinazietaart.
Gisteren gingen we in Alkmaar uit eten en dat is voor een vegetariër nog best ingewikkeld. We fietsen van het ene naar het andere restaurant om de menukaart te lezen. Veel zalm, veel quiche, veel geitenkaassalades en dus saai.
Tot we de menukaart van de De Binnenkomer lazen, een nieuw eetcafé op het Kerkplein. Van de acht gerechten op de avondkaart waren er drie vegetarisch en één vis. Daar gingen we naar binnen. Het eetcafé is ingericht in jaren vijftig stijl, er klinkt zachte jazz en we zaten op zachte grasgroene skai stoelen. Ik had het gevoel dat Annie M.G. Schmidt en Leen Jongewaard ieder moment konden binnenvallen.
Mijn dochter nam de vegahap met pasta, geliefde en ik bestelden verrukkelijk Antwerps stoofvlees.
Je moet nooit te strikt in de leer zijn.

Mede namens mijn vrouw

Mede-namens-mijn-vrouwDankzij Elly’s Choice ontdek ik auteurs van wie ik niet eerder had gehoord. Zoals Aliefka Bijlsma, een Nederlandse schrijfster die toch al twee boeken op haar naam heeft staan, en columns, scenario’s en een tv-serie voor kinderen schreef. Ze heeft trouwens ook een boeiend blog.

Haar boek Mede Namens Mijn Vrouw gaat over de 59-jarige Melchior (Mel voor intimi), consul generaal in Rio de Janeiro.  Hij is zo’n man van het old boys network, en gewend om de wereld naar zijn hand te zetten.  Dat gaat mis als zijn veel jongere en artistieke vrouw ME krijgt. Daardoor heeft hij geen pronkstuk meer aan zijn zij, maar een patiënt. Daarnaast krijgt hij een nieuwe collega, Tygo, die niets begrijpt van joie de vivre, maar alles tot achter de komma wil berekenen.  Als hij Melchior van fraude weet te beschuldigen, stort het leven van de consul in elkaar.
Ademloos las ik hoe Melchior de grip op alles kwijtraakt, zonder het zelf door te hebben.  Bijvoorbeeld als hij met zijn bediende Mercy in het oude appartement van zijn vrouw in Amsterdam Oost trekt. Het is er piepklein en het enige meubelstuk is zo ongeveer een hangmat. Vanuit dat ding laat Melchior zich bedienen door zijn illegale Mercy. Pijnlijk, en tegelijk ongelooflijk grappig.
Een aanrader, dit boek!