Waarom ga je niet naar DWDD?

aa5645fc3df724a4c532c18111e05fbcNu De Au Pair uit is, krijg ik allerlei marketingadviezen. De meest gehoorde is: Waarom ga je niet naar DWDD? Of ik dat voor het zeggen heb. Of er niet honderden auteurs staan te trappelen om daar hun werkje aan de man te brengen. Bovendien zijn er maar een paar auteurs die in DWDD uitgebreid aandacht krijgen, de rest mag in bijvoorbeeld vijftien seconden vertellen waarom we hun boek moeten lezen. Dan kijk ik naar de zwetende bovenlip, luister naar het gehakkel en vraag me af hoe de auteur zich voelt nu hij in een oogknipper moet aanprijzen waar hij minstens een jaar op heeft zitten zwoegen. De titel van het boek ben ik dan allang vergeten.

Ik ben wel eens op tv geweest. Toen er van Floor Faber een serie werd gemaakt, werd ik wel/niet/wel/niet uitgenodigd om er met Georgina Verbaan over te praten bij Pauw en Witteman. Uiteindelijk zat ik tussen het publiek, wat ik prima vond omdat ik lang niet zo mooi en adrem ben als Georgina. Tot mijn grote schrik wees ze me tijdens het gesprek aan als dé schrijfster van Floor, waarna de camera zich op mij richtte. Later hoorde ik van geliefde dat ik eruitzag als een konijn in de koplampen. En een tante belde mijn moeder om te vragen of ik inderdaad zo’n dikke kop had gekregen.

Ook heb ik op tv wel eens voorgelezen uit mijn boekje Irritant (columns over irritante zaken). Iets wat mijn uitgever Fantastisch vond, maar waar ik enorm tegenop zag. Wat als ik bij Koffietijd ging stotteren, gillen, flauwvallen of iets anders gruwelijk vernederends zou doen? Ik werd de studio ingeleid die stampvol moorkop etende bejaarden zat. Met een betablokkertje achter de kiezen las ik rustig mijn stukje voor van de autocue, terwijl de oudjes doof doorknaagden. Na twee minuten was het voorbij. Ik was niet ingestort, maar mijn boekje was ook niet in beeld geweest. Een niks-niks-situatie.

Ik denk dat een auteur een verdomd goede acteur moet zijn om op tv zijn werk aan te prijzen. Via Twitter stuitte ik op dit VPRO-filmpje waarin het optreden van Halina Reijn en Carice van Houten bij DWDD over hun boek Anti-Glamour wordt geanalyseerd. Enjoy!

Ik ben Pelgrim

craig-drive_2405748bIk Ben Pelgrim is zo dik (ruim 700 pagina’s) dat je het eigenlijk alleen kunt lezen als je aan tafel zit of als e-book. Hoofdpersoon is geheim agent Pelgrim. Keihard, briljant, maar met menselijke trekken: hij heeft ook zo zijn angsten en twijfels en is bovendien een ex-drugsverslaafde. Nadat hij uit dienst is gegaan, wordt ontdekt dat een islamitische terrorist een aanslag op Amerika wil plegen met een pokkenvirus waardoor miljoenen mensen in levensgevaar zijn. Pelgrim, de allerbeste geheim agent ooit, wordt opnieuw opgeroepen: kan hij deze terrorist opsporen en op tijd uitschakelen?

Het verhaal van de terrorist wordt afgewisseld met dat van de Pelgrim, en voert langs locaties over de hele wereld: van Afghanistan naar Bodrum, en van Parijs naar Bahrein. Daardoor kreeg ik het gevoel of ik in een spannende James Bond-film was terechtgekomen met in de hoofdrol Daniel Craig. (Wie kan daar nu bezwaar tegen hebben?) Maar er zijn ook duidelijke verschillen: in Ik Ben Pelgrim zijn de personages levensecht en er komen geen ellenlange achtervolgingen of ongeloofwaardige technologische stunts in voor. De opbouw van het boek verbaasde me soms wel: de schrijver stapelt eerdere gebeurtenissen op elkaar alsof het niets is. Zoiets zou ik nooit durven, uit angst dat lezers afhaken, maar Terry Hayes komt er met gemak mee weg. De rode draad van het verhaal is zo helder dat ik zeker wist dat deze herinneringen vast ergens op z’n plaats zouden vallen. En dat was ook zo: wat een plot!

Het boek is te dik om in één ruk uit te lezen, maar ideaal voor op vakantie. Eigenlijk had ik het daarvoor moeten bewaren. Lekker in het zonnetje, een hoofdstukje savoureren, stukje zwemmen, nog een hoofdstukje, wijntje, hoofdstukje. Ah heerlijk!

Huisje huren

Het lijkt zo eenvoudig: even een huisje boeken in de Ardennen. Criteria invoeren (gebied, datum, 2 honden, 4 mensen) en vervolgens rollen er honderden huisjes uit. En daar begint het probleem. Avondenlang hebben geliefde en ik foto’s bekeken van bankstellen uit 1950, inrichtingen die zo kil zijn dat ze niet zouden misstaan in een TBS-kliniek, krankzinnige kunstvoorwerpen, toiletpotten (willen potentiële gasten echt weten waar ze hun behoefte gaan doen?), schimmelige douchegordijnen, stoffige droogboeketten, Hartman-tuinstoelen, robuuste stapelbedden en koffiezetapparaten.

Toen we op basis van de foto’s een selectie hadden gemaakt, bekeken we de beoordelingen van eerdere gasten. Vaak zijn ze heel enthousiast, maar we schrokken er soms ook van.

  • ‘Verblijf was zo krap dat we bij elkaar op schoot zaten.’
  • ‘Jammer dat er zoveel vliegen waren door de naast gelegen hondenkennel.’
  • ‘Op de foto’s zie je het niet, maar het huisje ligt naast een drukke weg.’
  • ‘De gemeenschappelijke tuin bleek niet alleen voor gasten, maar ook voor de rest van de buurt en voor geiten. Het was namelijk een weiland.’
  • ‘Het terras verdient die naam niet. Het waren twee stoelen tussen de parkeerplaats en de entree.’
  • ‘We zijn niet vies van een beetje natuur, maar loeiende koeien naast je gehorige en stinkende appartement gaat te ver.’
  • ‘Dit appartement niet huren! Niet proper en geen privacy.’

Uiteindelijk hebben we toch een huisje geboekt. Het moet op een schitterend landgoed liggen met rododendrons, eekhoorns en een vleermuisgrot. Het huisje is niet al te groot en heeft geen tv, maar wel wifi. Kunnen we als het regent lekker naar Netflix kijken.