De lol van schrijven

fa774684863850b4dfc4a86fd8e78f95Meestal is het een zootje in mijn hoofd. Vandaag gonst het er bijvoorbeeld over waterwratten (mijn zoontje zit onder en ik pieker wat ik daaraan kan doen), waarom kappers je haar zo raar föhnen (ik heb weer een achterhoofd als een opbollend zeil), en of ik hondenpoep op een rommelig bouwterrein moet opruimen. Verder schieten er gedachtes voorbij met betrekking tot boodschappen doen, een boek dat ik nog moet lezen ter voorbereiding van een interview, jumpsuits, belastingaanslagen, wanneer ik een bepaald stukje ga schrijven en eczeem in de sauna. Kortom, er zit weinig lijn in.

Maar als ik aan het schrijven ben, raak ik zo heerlijk gefocust. Dan loop ik met mijn hondjes door het park en los ik niet bestaande problemen op als: waarom zou X het slachtoffer haten? Hoe krijg ik de conversatie tussen Y en Z sprankelend? Hoe ziet X’s huis er eigenlijk uit? En waar zit de keukendeur precies? Ga ik die dingen daadwerkelijk opschrijven, dan stuit ik op andere aangename probleempjes, zoals: is er afwisseling tussen lange en korte zinnen? Komen niet steeds dezelfde woorden voor? Werkt een andere tijdsvorm beter? Waar plaats ik dat stukje over het verleden van X?

Soms gebeurt er iets magisch: dan valt alles zomaar op zijn plaats. Toen ik met de laatste versie van De Au Pair bezig was, speelde steeds een liedje van Bart Peeters door mijn hoofd: “En plots valt alles in de plooi, en lijkt het leven mooi, en zelfs bijzonder. Plots valt alles op zijn plaats, lijkt niets nog tegendraads. Het is een wonder.” En zo voelde het ook echt.

Een nieuwe lente, een nieuwe jurk

Bella Pilar
Illustratie Bella Pilar

Het ideale pashok is een zoet geurende ruimte met zachte verlichting, waar sfeervolle jazz klinkt, er is een stoeltje en genoeg haken om je kleding aan op te hangen. Sta je in je ondergoed dan vraagt de iets oudere en dikkere verkoopster door het dichte gordijn of ze een maat kleiner voor je zal halen, want ze had al gezien dat jij een petite bent en hun kleding valt nu eenmaal groot.

De werkelijkheid ziet er totaal anders uit. Het licht in pashokken is meestal zo hel dat iedere rimpel, moet, vlek en vetje opvalt, het ruikt er naar zweetsokken, de muziek beukt en vaak zijn er maar twee haken waardoor mijn kleren op de grond moeten liggen. De verkoopster is over het algemeen nog geen achttien, heeft maat XS en vraagt nooit of ik een kleinere maat moet hebben. Die heb ik meestal ook niet nodig.

Na een paar winkels ben ik het zat om alles weer uit te trekken en pas ik een jurk door alleen t-shirt en vest uit te trekken en de spijkerbroek tot de knieën te laten zakken. In een winkel waar de pashokjes extra benauwd leken, paste ik een blauw geval met kant. Zodra ik het ding over mijn hoofd en borstpartij had getrokken, zat ik zo vast dat het leek of ik mezelf in een dwangbuis had gewurmd. Ik kon mijn armen niet meer bewegen, en door de spijkerbroek rond mijn knieën ging lopen al niet. Een hoofdbeweging zorgde voor het griezelige geluid van openbarstende naden. Wat te doen?

“Help,” riep ik. Eerst zacht, maar toen er niemand reageerde behoorlijk hard. Met een ruk schoof het gordijn open en het modelachtige verkoopstertje keek me verbijsterd aan. “Ik zit vast,” zei ik.

“Logisch.” Ze klonk behoorlijk geïrriteerd. “Deze jurk heeft een ingenaaid broekje en daar zit u nu met uw hoofd en armen in vast.” Ze vroeg of ik mijn armen in de lucht wilde steken en voorover kon buigen zodat zij de jurk langzaam van me kon los wrikken. We hadden veel bekijks.

b9a6a2d60ea9c04ab64de8abb68f2ce1

Zodra ik mijn eigen kleding weer aanhad, rende ik de zaak uit. Het project Jurk was verdoemd en kon ik maar beter opgeven. Uiteindelijk kocht ik een jumpsuit, een zwart broekpak waarin ik me één van de Charlie Angels waande. Tot ik de jumpsuit aan geliefde showde en hij opmerkte: “Charlie’s Angels? Ik vind het meer iets voor Pino van Sesamstraat.”

 

 

De Interessanten

 

9200000014401241

Dit boek kon ik niet meer wegleggen. Terwijl ik stond te koken, de kinderen ruzie maakten en geliefde naar een spannende film keek, las ik door. De Interessanten gaat over jongeren die elkaar ontmoeten op een creatief hippie-achtig zomerkamp. Jules, een vijftienjarige meisje uit een saaie suburb, wil dolgraag bij het groepje horen dat zichzelf de Interessanten noemt, en talent heeft voor toneel, tekenen, dansen en muziek en wiens ouders behoren tot de culturele elite in New York. Tot Jules grote geluk mag ze zich bij hen aansluiten. De zes jongeren praten veel over later als ze volwassen, beroemd en succesvol zijn en dat leidt tot vriendschappen voor het leven.

Jules droomt van een acteercarrière, maar moet op een gegeven moment toegeven dat ze geen groot talent heeft, en gaat een opleiding volgen tot maatschappelijk werkster. Ook de dromen van haar vrienden pakken heel anders uit. De begenadigde danseres heeft te grote borsten voor klassiek ballet, de begaafde gitarist heeft zoveel nare herinneringen aan muziek dat hij liever rolstoelen ontwerpt. Eigenlijk bereikt alleen de tekenaar de top. Toen hij klein was bedacht hij de fantasiewereld Figland, en dat leidt tot een waanzinnig succesvolle animatieserie. Hij rent van bespreking naar vergadering en komt aan het creatieve werk nauwelijks nog toe.

Dit boek is zo mooi omdat je de levens van de zes vrienden kunt volgen tot ze ver in de vijftig zijn. Grote liefdes, carrières, kinderen, ouders die sterven… het komt allemaal voorbij. Het boek zette mij aan het denken over vragen als: hoe belangrijk is het om succesvol te zijn? Wat waren mijn dromen toen ik jong was? Wat betekent ‘succes’ eigenlijk? En welke rol speelt jaloezie in mijn vriendschappen? De personages zijn zo levensecht beschreven dat ik ze miste toen ik het boek uit had. Ik heb meteen opgezocht of Meg Wolitzer nog meer boeken heeft geschreven, en dat blijken er een stuk of tien te zijn. Helaas is alleen De Interessanten vertaald.